Vergelegen




Vanochtend zijn we weer vroeg uit de slaapzakveren. De zon werpt een roze waas over de oceaan als we onze yoghurt-muesli-banaan-kaneelbordje naar binnen lepelen. We hebben een coffee-date met mijn (inmiddels oud-)collega Astrid. Ze woont sinds een halfjaar in Zuid-Afrika, maar vertoefde er al vaker en langer. Ze is verknocht aan het land en haar enthousiasme (en vele tips!) hielp ons bij de plannenmakerij. En zo had ze ook nu een historisch bijzondere en bijzonder mooie plek bedacht: ‘Vergelegen’. Hetgeen toch min of meer op de route lag.

Die route ging s’ochtends eerst langs de pinguïns op Betsy’s Bay. Een plukje tuimelaars stond druk te vergaderen aan de waterkant. Meer zagen we er niet. Je moest betalen om verder te kunnen lopen, maar met de verrekijker was al wel duidelijk dat ze momenteel out-of-office waren. Maar schattig was dit stel wel. 




Verder over de voor ons onbekende maar wereldberoemde ‘Clarence Drive’ of R44. Een geweldige kustweg hoog en laag scherend tussen blauwe branding en oranje rotsen. Als een speelfilm. 


Via Gordon’s Bay door naar ‘Vergelegen’, waar Astrid ons opwacht bij de toegangspoort. Tip-toënd tussen de sproeiers bereiken we het theehuis in de rozentuin. Harriët en Astrid praten direct honderduit. Ze kennen elkaar immers al een blog lang. 



‘Vergelegen’ gaat terug tot de Oost Indische Compagnie en rijgt een slavenverleden en schitterende tuinen en gebouwen moeiteloos aan één. Als Zuid-Afrika zelf. Mandela koos deze plek voor de eerste ANC vergadering na de afschaffing van de apartheid. Was dat een verzoenend gebaar of bedoeld als ‘ nu zijn wij aan de beurt’?



Zittend aan voortreffelijke koffie in sjiek porselein hadden we het over de ongemakkelijkheden van Zuid-Afrika. Die nooit zwart-wit zijn. De ongevraagde services als boodschappen inpakken, lege parkeerplaats aanwijzen, maar die wel weer een baantje betekenen voor een (altijd) zwarte ZuidAfrikaan. Alle wegwerkers, die lang niet allemaal wat te doen hebben en waarvan alleen degene met het papier en clipboard in de hand wit is. De opkomst, al is het traag, van meer zwarten in de wat betere (kantoor) banen. Maar andersom zal je geen wit bespeuren achter de kassa of als nachtwaker op de camping. 


Maar we hebben t natuurlijk ook over de schoonheid van Zuid Afrika. De ruimte en natuur. De claustrofobische kant van safari’s. (Je mag je auto niet uit). De forse lichaamsbouw en (boeren?) mentaliteit van Afrikaners. Astrid kan er uren over vertellen. En wij kunnen nu een beetje meepraten, denken we. 


Nadat we nog wat laatste tips toegestopt krijgen, nemen we afscheid. Wij maken nog een ronde langs de bibliotheek, de stallen, het slavenhuis en vooral door de tuinen. 






Door naar de wijnstreek, Franschoek om precies te zijn. Met idyllische plaatjes in ons hoofd worden we een beetje overvallen door de drukte. 


En bij de camping aangekomen is dat niet anders. Maar dat wordt een blogje op zich.

Reacties

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

Pamperen

ANWB koppel

In die veldjie